zoeken X
Naar thema: Beroepsontwikkeling

In debat over beroepsethische kwesties

Wanneer doe je als jeugdhulpverlener het goede?

Om het ‘goede te doen’ zijn goede intenties alleen niet voldoende. Het is nodig de dialoog aan te gaan met elkaar over afwegingen die in de praktijk gemaakt moeten worden. Daarom nodigden de beroepsverenigingen op de Voor de Jeugd dag professionals en anderen uit om het debat te voeren aan de hand van een aantal beroepsethische stellingen.

Hieronder de stellingen op een rijtje met een beknopte toelichting van Rosalinde Visser en Nicoline Jacobs – beroepsethisch juristen – en highlights uit de discussie. 

De meldplicht van hulpverleners is een breuk in de vertrouwensrelatie

Rosalinde Visser: Voorheen bestond meldrecht, nu is sprake van een meldplicht. Zomer 2016 heeft een wetswijziging plaatsgevonden die voor alle jeugdhulpverleners geldt: als een jeugdhulpverlener informatie heeft die van belang is voor het werk van de gezinsvoogd, dan moet hij dit melden.

Discussie: Ook al is er een plicht tot melden, het blijft van belang om zorgvuldig na te gaan welke informatie relevant is voor de gezinsvoogd. Die informatie betreft zowel de negatieve als de positieve ontwikkelingen die een hulpverlener ziet. Een plicht ontslaat hulpverleners niet van de beroepsethische verantwoordelijkheid om zorgvuldig en transparant te zijn naar alle betrokkenen.

Een jeugdhulpverlener mag nooit persoonlijk worden afgerekend op het resultaat

Nicoline Jacobs: Een professional werkt altijd in een context. Daarbij is het belangrijk dat mogelijk gemaakt wordt dat hij zijn werk goed doet.

Discussie: Hier ligt ook een verantwoordelijkheid voor de gemeente als regievoerder, om van incidenten te leren en te kijken hoe een situatie anders aangepakt had kunnen worden. Daarbij staan de zorgvuldigheid van de hulpverlening en de professionele verantwoordelijkheid van de hulpverlener centraal.

We spreken elkaar in de jeugdhulpverlening te weinig aan op ons handelen

Discussie: Met de Jeugdwet zijn nieuwe (wijk)teams gevormd en dat maakt dat het in de samenwerking nog erg aftasten is. Casuïstiekbesprekingen zijn een belangrijke manier om als professionals van elkaar te leren. Elkaar aanspreken, betekent ook dat je zaken aan de orde stelt als je denkt dat het niet de goede kant uitgaat, ook al ligt de problematiek misschien niet direct op jouw terrein. Dat vergt lef van professionals.

Het beroepsgeheim staat samenwerking in de weg

Rosalinde Visser: Het gaat er niet om óf je gegevens deelt, maar vooral om hoe je dat doet.

Discussie: Een deelnemer aan het debat formuleerde het mooi: “Het hoort tot de vakbekwaamheid van de jeugdhulpverlener om zorgvuldig om te gaan met de privacy van de cliënt.”