zoeken X

Lid zijn van een beroepsvereniging is een must

Juliette Heetman is vertrouwensarts bij Veilig Thuis in Groningen. Marja Wilting werkt onder meer als schoolmaat-
schappelijk werker bij een school voor speciaal onderwijs en is in dienst bij Stichting MEE Groningen. Ze praten over met wie ze samenwerken en wat het soms lastig maakt, de waarde van intervisie, privacy én over hun beroepsverenigingen. Een beroeps-
vereniging is belangrijk, vinden ze, voor het nu en voor de toekomst van het vak.

 

Juliette: “Ik durf wel te stellen dat ik mijn werk niet kan doen als ik niet kan samenwerken. Ik werk samen met cliënten en met een diversiteit aan professionals binnen en buiten Veilig Thuis: gedragswetenschappers, maatschappelijk
werkers, huisartsen, forensisch artsen, ziekenhuizen, (zeden)politie noem maar op. Die samenwerking is nodig, want beslissen doe je in dit werk nooit alleen.”
Marja: “Buiten school werk ik vooral samen met sociale
wijkteams en met mijn collega’s bij MEE, omdat die bijvoorbeeld veel weten over onderwerpen als seksueel misbruik en pesten. Binnen school werk ik vooral samen met de gedragswetenschapper, de intern begeleiders, de GGDarts en de directeur. Zij en ik zitten ook in de commissie voor begeleiding, een soort multidisciplinair overleg dat elke zes weken bij elkaar komt. Als er zorgen zijn over een kind of als een kind opvallend gedrag vertoont, beslissen
we met elkaar of we er iets mee moeten en zo ja wat. We maken een plan van aanpak en bespreken dat met de ouders. Omdat bemoeienis met hun kind niet bij elke ouder even goed valt, denken we van tevoren met elkaar na over: hoe gaan we dat goed doen en wie gaat dat doen. Tussen de bijeenkomsten door houden we elkaar op de hoogte via mail, WhatsApp en telefoon, en elk overleg komen we terug op de afgesproken acti es. En soms komt daar uit: dit is zo schokkend, we moeten Veilig Thuis consulteren voor advies over wat hierin handig is.”
Juliette: “In dat soort gevallen adviseren we en indien nodig doen we onderzoek en maken we een plan van aanpak dat met de ouders en met het kind, mits het daar oud genoeg voor is, besproken wordt. De afspraken die we dan maken, monitoren we en als de melding via school komt, heeft ook de school daar een rol in en werken we nauw samen.
Marja: “Ja, dat werkt goed, als melder word je door Veilig Thuis goed op de hoogte gehouden. Met al mijn ketenpartners verloopt de samenwerking eigenlijk wel goed. Dat komt vooral omdat iedereen hetzelfde belang voor ogen heeft : het welzijn van het kind of de jongere. Door de komst van de wijkteams werk ik nu met veel meer mensen samen en dat maakt het wel iets lasti ger. Het leuke is dat er daardoor meer couleur locale is, in Appingedam gaat het anders dan in het Westerkwarti er, maar omdat het er zo veel zijn, is het soms wel lasti g mensen echt goed te leren kennen. Als je vaker samenwerkt, ken je elkaars sti jl: bij de een moet je eerst vragen hoe het gaat en een ander kun je veel zakelijker benaderen. Als je dat weet, verloopt de samenwerking vaak soepeler.”
Juliette: Wat ik ook vind helpen om goed samen te werken, is humor, passie en vertrouwen. Als mensen met passie hun werk doen, is dat heel plezierig en dan weet je elkaar alti jd wel te vinden. En valt er ergens een keer een deuk, dan is dat meestal ook niet zo erg, als je er maar eerlijk over bent. Dat vind ik heel belangrijk in de samenwerking, dat je op elkaar kunt vertrouwen.”


Intervisie: elk instrument heeft
onderhoud nodig
Marja: “Reflectie op je eigen rol en daarbij eerlijk zijn over dingen die je misschien beter anders had kunnen doen, andere professionals die je wellicht eerder bij een casus had moeten betrekken, of bijvoorbeeld over hoe je omgaat met privacy, dat vind ik heel belangrijk.”
Juliette: “Jij bent SKJ geregistreerd, dus jij moet ook verplicht intervisie volgen.”
Marja: “Klopt, en in mijn intervisiegroep werkt het heel goed, vooral omdat iedereen zich open durft te stellen en er goed wordt doorgevraagd, dat is heel waardevol. Het verhoogt de kwaliteit van je dienstverlening, maar ook je eigen duurzame inzetbaarheid, want het is wel een enorm spannend beroep soms. Je bent je eigen instrument en elk instrument heeft onderhoud nodig. Met veel trainen, en kennis en vaardigheden opdoen, kom je een eind, maar juist dat stuk zelfrefl ecti e en het soms ook delen van de zwaarte van de zaken, maakt dat je het volhoudt.”


Privacy: ik mag best veel
Marja: “In mijn intervisiegroep gaat het ook over hoe je omgaat met privacy. Soms weet ik bijvoorbeeld dingen over een situati e vanuit MEE en weet de GGDarts daar iets over vanuit haar rol. Dat kunnen we dan niet met elkaar bespreken want dat mag pas als we toestemming hebben van de persoon om wie het gaat. Alleen in het geval van acute zorgen is dat anders. Als een kind onder de blauwe plekken op school komt en vertelt dat het van de trap is geduwd, kijken we in het kader van de veiligheid van het kind wat op dat moment nodig is. Dan hoeven we niet eerst toestemming te vragen om uit te wisselen. Dat kan dan achteraf. Maar bij minder dringende zaken moeten we vooraf toestemming hebben. Dat is bij jou vast hetzelfde.
Juliette: “In principe wel, maar wettelijk gezien mag ik best veel. Als bij Veilig Thuis een melding binnenkomt, mogen we bijvoorbeeld politiechecks doen en in het gezagsregister kijken. Dat betekent wel dat je daar heel zorgvuldig mee om moet gaan, we kunnen niet alles delen en dat doen we ook niet. In principe bespreken we de melding in eerste instantie met degene om wie het gaat: klopt deze melding, wat is uw visie hierop? Behalve als het in het kader van de veiligheid niet kan. Als bijvoorbeeld iemand mogelijk vuurwapen gevaarlijk is, kan het zijn dat we eerst contact met de politie opnemen: kunnen we hier zo op af of hebben jullie een ander advies? Daarna moeten we, ook naar degene om wie het gaat, kunnen verantwoorden dat we vooraf contact hebben opgenomen met wie en waarom. Het moet ook altijd wel het in het belang van het onderzoek zijn.”


Beroepsvereniging: ook voor de toekomst
Marja: “Ik ben lid van BCMB, de beroepsvereniging voor cliëntondersteuners voor mensen met een beperking. Ik vind het leuk dat je het met je beroepsvereniging hebt over kwaliteit en het waarborgen daarvan, en over ontwikkelingen binnen het vakgebied. Vroeger had je bijvoorbeeld alleen MEE en enkele vrijwilligers, nu komen er steeds meer zelfstandig werkende cliëntondersteuners bij. Het is leuk om die ontwikkelingen te volgen.
VerpleegkundigenMaatschappij &GezondheidVerder biedt BCMB de mogelijkheid voor digitale intervisie waardoor ik met cliëntondersteuners in Limburg en Zeeland intervisie kan hebben. Ze bieden scholing aan om je registerpunten te halen en vakdagen waarop je met andere cliëntondersteuners ervaringen kunt delen en nieuwe kennis opdoet. Als ik bij BCMB rondloop, ben ik vaak trots op mijn vak, dat ik een cliëntondersteuner voor mensen met een beperking ben.”
Juliette: “Ik ben lid van VVAK (Vereniging Vertrouwensartsen Kindermishandeling en Huiselijk Geweld), AJN (Jeugdartsen Nederland), KNMG en LAD. Omdat er niet zo veel vertrouwensartsen zijn, vind ik het heel belangrijk dat de VVAK er is. Ze houden zich bezig met kwaliteitseisen, opleiding, richtlijnen en scholingsdagen. Daarnaast behartigen ze onze belangen. Ik ben van mening dat als je een bepaald beroep uitoefent, je vanzelfsprekend lid wordt van die beroepsvereniging. Dat is een must. Het is belangrijk voor je professionaliteit en de kwaliteit die je biedt.”
Marja: “Klopt, je wordt gevoed met kennis en informatie.”
Juliette: “Precies, en ik vind het ook niet meer dan
normaal dat je niet alleen consumeert, maar ook investeert in je beroepsvereniging. Ik heb in verschillende besturen gezeten, dat was altijd leerzaam en ontzettend leuk. En dat je niet alleen kijkt naar het hier en nu. Maar ook naar: Hoe zorgen we ervoor dat we ons zo ontwikkelen dat nieuwe mensen dit vak ook willen gaan uitoefenen? Hoe zorgen we ervoor dat dit vak blijft bestaan? Ontwikkelingen binnen je vakgebied en de positionering ervan in het speelveld, is niet alleen voor de arts van nu van belang, maar ook voor die van de toekomst!”

Deel dit artikel