zoeken X

Alle mensen vinden en verbinden

Tineke Rademaker werkt bij de William Schrikker Stichting: vier dagen per week als jeugdbeschermer in de regio Rotterdam en één dag per week als coördinator gesloten plaatsingen in Amsterdam. Mascha Bakker is vrijgevestigd kinder- en jeugd— psycholoog NIP en heeft een eigen praktijk in Haarlem. Samen praten ze over omgaan met privacy en hoe een beroepsvereniging daarbij ondersteunt. En over een van de doelen van de transitie: dat er meer wordt samengewerkt.

Mascha: “Ik heb een intervisiegroep van kinder- en jeugdpsychologen NIP en orthopedagogen-generalisten. We komen vijf keer per jaar bij elkaar en bespreken dan onder meer casussen en voor ons relevante uitspraken van het NIP, mijn beroepsvereniging. Als die een klacht behandeld hebben, melden ze dat in hun nieuwsbrief. We hebben het er dan over of zo’n klacht ons ook zou kunnen overkomen en wat de uitspraak van het NIP voor ons betekent. Zo proberen we ervan te leren. Als ik samenwerk binnen de casus van een cliënt, heb ik daarvoor altijd toestemming aan de ouders gevraagd. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om overleg met een intern begeleider van school, een jeugdhulpverlener, een logopedist of mensendieck therapeut, net wie bij het kind betrokken zijn. Het liefst doen we dan een multidisciplinair overleg waar de ouders ook bij zijn. Bij een ingewikkelde casus overleg ik ook wel eens inhoudelijk met andere hulpverleners die bij mij in het pand zitten; wel op anoniem niveau natuurlijk.’’

‘‘En ik ben lid van een zelfstandigen netwerk in Haarlem. Een vereniging van vrijgevestigde psychologen, psychotherapeuten, orthopedagogen-generalist en psychiaters, die werken met de doelgroep 0-23 jaar. Wat het netwerk onder meer doet, is CJG-coaches en praktijkondersteuners ggz aanbieden om vrijblijvend mee te denken over passende ggz hulp voor een cliënt; ze kunnen ons bellen als ze even willen overleggen. In Haarlem en omstreken is consultatie nu ook in het contract opgenomen. Zowel voor de basis als de specialistische ggz. Het is maar een paar uurtjes, maar dan kun je bijvoorbeeld wel een keer met een CJG-coach op huisbezoek, om even mee te kijken. Dat werkt goed.“

Tineke: “Mooi dat de gemeente kijkt hoe ze dat stukje consult kunnen financieren zodat het structureler wordt. Dat die samenwerking, die betrokkenheid op die manier wordt gestimuleerd. Betrokkenheid is zo belangrijk, ook binnen samenwerken, dat merk ik elke keer weer. Laatst ben ik nog achter een jongen aangereden die in een gesloten instelling werd geplaatst. Ik wilde gelijk een startafspraak. Ik had ook kunnen zeggen “ik kom een paar dagen later”, maar het is fijner voor de samenwerking met het kind, de ouders en de behandelinstelling om het gelijk te doen. Als jij zorgt dat je goed start en je laat zien dat je betrokken bent, dan weet je elkaar verderop in het traject vaak makkelijker te vinden. Ook als er momenten komen dat je het niet met elkaar eens bent. Een overleg is dan toch vaak net even sneller gepland en je komt ook makkelijker op één lijn.”
Mascha: “In het verleden heb ik bij een gesloten instelling gewerkt. Daar zat ik bij het multidisciplinair overleg, en als daar een jeugdbeschermer bij zat, had je een wezenlijk ander gesprek. Als behandelinstelling heb je het over de jongere en kijk je naar hem of haar op dat moment, maar die jeugdbeschermer bewaakt de doorgaande lijn. Dat maakt echt verschil.”
Tineke: “Als jeugdbeschermer ben je altijd casusregisseur. Dus het organiseren van zorgoverleggen en het bewaken van de doorgaande lijn is onze verantwoordelijkheid. Dat is wat wij dagelijks doen: alle mensen vinden en verbinden. Als het kan de neuzen dezelfde kant op en zo niet, dan duidelijk krijgen waar ‘m dat in zit, welke kant we op moeten en hoe we daar gaan komen. Als ik wil, kan ik hele dagen in overleg zijn. Van mij mag dat soms wel iets minder, ik vertrouw op de verantwoordelijkheid en professionaliteit van de collega’s.”

Waarborgen van de privacy

Tineke: “Wat ik een blijvend aandachtspunt vind bij samenwerken, is de privacy van het kind en de ouders. Ik geef niet zomaar informatie. Maar er wordt wel eens met privacy omgegaan op een manier waar ik mijn vraagtekens bij zet.”
Mascha: “Als ik door de Raad voor de Kinderbescherming word benaderd omdat er een onderzoek is naar een kind dat bij mij in zorg is, speelt dat ook: geef ik informatie of niet? In het kader van veiligheid moet je dan soms iets. De informatie die ik geef, stem ik altijd af met de ouders of de jongere. Dat doe ik bij voorkeur schriftelijk zodat er geen ruis kan ontstaan, of ze zitten erbij.”
Tineke: “Dat zou wat mij betreft sowieso vaker moeten gebeuren, dat de jongere en de ouders bij een overleg zitten. Dat gebeurt zeker niet in alle gemeenten, maar Den Haag is een mooi voorbeeld. Daar zitten bijvoorbeeld naast de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis, iemand van de gemeente en een jeugdbeschermer, ook de ouders aan de jeugdbeschermingstafel. Dat vind ik hartstikke goed. Die tafel bepaalt welk vervolgtraject er komt: vrijwillig, een drangtraject of een drangtraject met onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. Ik zou willen dat het in elke gemeente zo geregeld is dat kinderen boven de 12 jaar en hun ouders daar (gedeeltelijk) bij zitten. Dan kun je open en duidelijk praten over de zorgen die er Verpleegkundigen Maatschappij & Gezondheid zijn en wat je daaraan wilt doen, en over wat er wel goed gaat. Je praat dan mét hen en niet óver hen.”
Mascha: “En de privacy is dan ook gelijk gewaarborgd, dat is prettig.”
Tineke: “De beroepscode geeft overigens ook houvast bij dilemma’s zoals je net noemde: dat je iets gevraagd wordt wat schuurt met privacy en beroepsgeheim, en je plicht om te melden als er een onderbouwd vermoeden is van kindermishandeling.”
Mascha: “Klopt, en als ik heel ingewikkelde dingen tegenkom op het gebied van privacy, dan kan ik ook terugvallen op mijn beroepsvereniging. Ik ben dus lid van het NIP en die heeft een spreekuur. Als je bijvoorbeeld bij beroepsethische kwesties wilt dat er iemand meedenkt, dan kun je bellen. Het is prettig om die mogelijkheid achter de hand te hebben. Ben jij ook lid van een beroepsvereniging?”
Tineke:
“Ik ben lid van BPSW en aspirant lid van de NVO, omdat ik nog orthopedagoog in opleiding ben. Van beide ben ik lid geworden om op de hoogte te blijven van de beroepsgroep en de ontwikkelingen binnen het beroepsgebied. En om de verenigingen te steunen die zich hard maken voor onze beroepsgroep.”
Mascha: “Via een beroepsvereniging houd je makkelijker bij wat er allemaal speelt. En je kunt je stem laten horen, dat vind ik ook belangrijk.”
Tineke: “Zeker!”

Deel dit artikel